Maretak

 

Algemene informatie over de maretak:
Bijna alle groene planten hebben een ingenieus systeem ontwikkeld, waarbij ze water met daarin opgeloste mineralen en/of voedingszouten uit de grond met hun wortels op kunnen zuigen. In de bladeren wordt koolzuurgas uit de lucht opgenomen. Onder invloed van het zonlicht is het bladgroen in staat koolzuurgas te binden aan water.  (Fotosynthese genoemd.)
De maretak oftewel ook vaak mistletoe genoemd, is een buitenbeentje in het planterijk. Het is een autonome plant die niet, net als de meeste andere planten, zijn overgeleverd aan warmte, seizoen en zwaartekracht. De maretak groeit vanuit het hart naar alle richtingen. Dus met de zwaartekracht mee, en tegen de zwaartekracht in.

Het is een halfparasiet en is, in ons land voornamelijk te vinden op populier en appelbomen. Ook zie je ze soms op o.a. de meidoorn, de lijsterbes, de linde, de wilg enz. 
Zeldzaam vind je hem op de eik. Halfparasitair wil zeggen, dat de plant leeft van de voedingsstoffen van een andere plant.
Door zijn groene delen, kan de plant de voedingsstoffen zélf om zetten in o.a. suikers. De maretak is hier een mooi voorbeeld van.
We kennen méér halfparasieten in ons land.  Zoals o.a de  Grote Ratelaar, Wilde Weit, Schubwortel enz.

De maretak behoud het gehele jaar door het grootste gedeelte van het blad en is daarom groenblijvend te noemen.
In de wintermaanden laat de maretak een klein gedeelte van zijn bladeren vallen.
Dit in tegenstelling tot de bomen waarop deze groeit.
De maretak valt daardoor in de winter het meest op, vanwege zijn groene uiterlijk in de kale bomen. 

 

 

De mystiek van de maretak:

Dat de maretak een mysterieuze plant is, zal bij het lezen door onze site steeds duidelijker worden. In vroegere tijden sprak de maretak bij veel volkeren al tot de verbeelding. Dat was al in de tijd van de Germanen en de Kelten. Dit waren volkeren die de maretak al verbonden met allerlei symbolieken. Zoals, levenskracht, vruchtbaarheid, afweren van het kwade, uitdrijven van ziekten en boze invloeden, enz. Hierna geef ik een paar volksgebruiken en mythen over de Maretak.

 

Uit de strip Astrix en Obelix, kennen we de druïde Panoramix, die met zijn gouden snoeimes een maretak afsnijd. De maretak werd opgevangen in een wit laken en mocht de grond niet raken. De maretak zou anders zijn magische krachten verliezen. 

 

 

 

  

 

Nog sterker was deze symboliek, als de maretak op een eik werd gevonden. Deze eik werd dan als heilig beschouwd. Dit kennen we ook uit een mythe van de Kelten, waarbij de maretak uit een boom werd gesneden met een gouden sikkel. Hierbij werden 2 stieren geofferd en dit ritueel verdreef daardoor al het kwade.  

 


 

 

De Germanen hadden ook een aantal goden, met elk hun eigen verhaal. Bij hun was de maretak verbonden met hun god Balder. Maar, Loki, was de god van het vuur. Deze was zo jaloers op de populariteit van Balder, dat hij op een feest ter ere van Balder, het kwade wat in hem zat naar boven haalde.

Hij gaf de blinde broer van Balder, die Höder heet, een speer met aan het uiteinde een stukje maretak.
Hij liet Höder deze speer alle richtingen uitgooien tot hij uiteindelijk Balder trof.

Deze viel dood neer waarop Frya de moederkoningin in tranen uitbarstte. Het lukte Frya haar zoon weer tot leven te wekken. De tranen die zij van geluk liet stromen, werden de witte parelbessen van de maretak. Zij kuste iedereen die onder een boom liep waar maretak op groeide.

 

 

Het kussen onder de Maretak:

 

 

Het kussen onder de maretak is wellicht hiervan afgeleid. In Engeland is dit volksgebruik nummer 1, rond en tijdens de kerstdagen.

Ook in ons land kennen we enkele gebruiken en/of geloven. Natuurlijk zoals hierboven vermeld, het kussen onder de maretak.
Maar tot voor kort werd er in de stal waar het vee stond, enkele bosjes maretak opgehangen. Dit behoede het vee van al het kwade en bracht vruchtbaarheid en welvaren bij het vee.

De maretak is een artikel wat in de bloemisterijen een gewild artikel is. In de kerst periode wordt er veelvuldig gebruik gemaakt van de schoonheid van de maretak. Hierbij te denken aan bloemarrangementen en de vele bosjes maretak die boven een deur wordt gehangen.

Op een betere kerstmarkt vind je de bosjes maretak die te koop worden aangeboden. Het zijn bosjes maretak die vaak vanuit Frankrijk en o.a. Polen worden geïmporteerd.
  

 

 

 Benaming en soorten maretak:
Alle planten en dieren hebben een wetenschappelijke naam. Zo dus ook onze maretak.De wetenschappelijke naam van de maretak is Viscum album.
Viscum betekent kleverig, wat verwijst naar de kleverige stof die de bessen van de maretak als vruchtvlees hebben.
De naam album verwijst naar de witte kleur van de bessen. Album betekent namelijk wit.
De geslachtsnaam Viscum en de soortnaam album,  komen uit het latijn.
De Nederlandse naam maretak, komt uit het rijke folklore, waarin de mare het kwaad is en de plant zou het kwade verdrijven. 

Een aantal gebruikte Nederlandse namen van de maretak zijn:

- mistletoe, vogellijm, slangentong, duivelskruid, mistel, boomkruid, mattekruid.

 

 

 Soorten maretak:
Er zijn diverse soorten maretakken.
De voornaamste zijn de Europese maretak, de Amerikaanse maretak,
de Nieuw-Zeelandse maretak, en de Australische maretak.
Het geslacht Santalaceae, waaronder ook onze maretak valt, bestaat uit +/- 1500 soorten. De meeste maretaksoorten, bevinden zich in de tropische en subtropische landen.
Er zijn veel soorten maretakken. Enkele te noemen, Phoradendron, Arceuthobium, Nuytsia, Korthalsella, Amyema, Lysiana, Peraxilla, enz. 
De Phoradendron kent de meeste soorten. Hij komt voornamelijk voor in het westen van Noord-Amerika. 
Daarin tegen kent de Viscaceae groep ongeveer 130 soorten, waaronder onze maretak, de Viscum album.
De in Nieuw Zeeland meest voorkomende maretak is de Peraxilla. Deze maretakken hebben vijf centimeter lange, vingervormige bloemknoppen. Ze worden voornamelijk door honingvogels bezocht.
Er zijn maretaksoorten die niet groter worden dan +/- 2 cm. Zoals de Viscum minimum en de Arceuthobium minutissimum.
Maar de grootste is toch wel de Nuytsia floribunda. Deze wordt ook wel de Australische kerstboom genoemd.

Deze maretak is vernoemd naar de Nederlandse handelsreiziger, Pieter Nuyts.  Deze maretak, haalt zijn voedingsstoffen uit o.a. de grassen die in de omgeving staan.  



De bladerloze dwergmaretak met de wetenschappelijke naam: Arceuthobium, vinden we op coniferen, zoals de pijnboom en de spar.

 
                                                                                                                      
 Arceuthobium campylopodum.


De allerkleinste onder de Viscum (maretak), is toch wel de minimaretak, de Viscum minimum. Het is een zéér kleine maretak. Als je de plant in het echt ziet, zou je niet zeggen dat het een maretak is. En toch is het er een.
Hij groeit voonamelijk in de Zuid-Afrikaanse landen.  


 




Arceutobium divaricatum leeft op diverse soorten Pijnbomen het Zuidwesten van Noord-Amerika.



Maar één van de meest bijzondere onder de Maretakken, is voor mij de Viscum cruciatum. Deze soort groeit voornamelijk in o.a. Israel en in Andalusie, op de Olijfbomen.

 
Viscum cruciatum met Viscum album.

Vermeerdering en ontwikkeling van de maretak:
In tegenstelling tot de meeste andere planten is het zaad van de maretak groen. Het is eigenlijk géén zaad, maar een sappig groen plantenembryo.
Deze kan alleen in leven blijven en rijpen als het daglicht ongehinderd door de schil van de bes en het vruchtvlees heen kan schijnen.

Bij andere planten moet het zaad juist een rustperiode in het donker doormaken om tot ontwikkeling te komen.

Het zaad wordt door o.a de Kramsvogel, de Pestvogel en de Grote Lijster verspreid. De uitwerpselen van de vogels komen op een tak van de boom.

De kleverige pasta rond het zaad passeert met het zaadje, ongehinderd het spijsverteringskanaal van de vogel. Door deze kleverige stof zal het zaadje aan een tak blijven kleven.

Bij het kiemen groeit de wortel naar de tak en zal met een zg. boorwortel (ook wel duiker genoemd)
het cambium van de boom binnendringen. Daar zuigt hij de ruwe sappen van de boom op en maakt dan middels fotosynthese zijn eigen voedingsstoffen aan.
In zijn eerste levensfase is de jonge maretak geen halfparasiet maar een epifyt. Een epifyt is een plant die leeft van de voedingsstoffen die in de lucht zitten.
Het 2e en 3e jaar ontwikkelen zich de eerste blaadjes. De groei van de jonge maretak begint dan pas echt op gang te komen. Het is dus een kwestie van geduld.

 

 


 

De maretak is een tweehuizige plant. De mannelijke bloemen zorgen voor het stuifmeel. (foto rechts)

De wind en insecten zorgen ervoor dat het stuifmeel wordt overgebracht naar de vrouwelijke bloemen. De maretak bloeit van februari tot medio april. 

 

 

In het najaar verschijnen de bessen die in de winter verkleuren naar wit.
Het kan vaak 5 tot minimaal 7 jaar duren, voordat er bessen aan de jonge maretakken verschijnen.
Hierbij wordt duidelijk, dat men met de maretak eindeloos geduld moet kunnen opbrengen. 

De maretak is een dicht vertakte, altijd groene plant. De bolvorm ontstaat omdat de plant gaffelvormig groeit. De bladeren zijn leerachtig en ovaal van vorm.
De maretak is in de winter het meest spectaculair, omdat deze altijd groene bollen dan bezet zijn met mooie parelwitte bessen.

Afdrukken